In navolging van de tentoonstelling aan de TU Delft in 1986-1987 ‘Raumplan Versus Plan Libre’ (curator Max Risselade), zijn derdejaars bachelorstudenten ‘Architectonische Vormgeving’ van de Maastricht Academy of Architecture op zoek gegaan naar de hedendaagse betekenis van de ontwerpen van Loos en Le Corbusier.

De plattegrond als prototype: Loos en Le Corbusier
De woonhuizen van de architecten Adolf Loos (1870-1933) en Le Corbusier (1887-1965) hebben in het architectuurdiscours en het architectuuronderwijs sinds lang een belangrijke rol. De uitgangspunten van de ontwerpen van Adolf Loos – georiënteerd op ruimtelijke ervaring- en van Le Corbusier richten zich op de open structuur, die vrije beweging mogelijk maakt. Ieder ontwerp bezit een grote kwaliteit, maar zou als prototypisch kunnen worden beschouwd in het verschillen in opbouw en ruimtelijke werking en toont daarmee het fundamentele verschil in ontwerp attitude en de rol van de gebruiker

Wat betekenen deze ontwerpen voor deze jonge architectuurstudenten?
Studenten hebben het werk onderzocht door het maken van maquettes van de verschillende woonhuizen. Hiermee heeft iedere student een fascinatie voor een specifiek woonhuis ontwikkeld.

Na dit onderzoek hebben ze, door middel van een interventie in een voor hen betekenisvolle ruimte van het woonhuis, gereageerd op de kwaliteiten van deze ruimte. In een 1:20 maquette wordt getoond hoe door middel van materialiteit, licht en kleur in de ruimte kan worden geïntervenieerd.

Verschillende inzichten
Het resultaat is een tentoonstelling van maquettes en maquettefoto’s, die inzicht geeft in de ruimtelijke beleving van de woonhuizen van Adolf Loos en Le Corbusier. De tentoonstelling geeft ook inzicht hoe de hedendaagse architectuurstudenten naar deze ontwerpen kijken en hoe ze vanuit hun hedendaagse belevingswereld kunnen interveniëren in de ontwerpen van deze twee grootheden. Het toont de contemporaine relevantie die in de essentie van het werk van de beide architecten schuil gaat. ‘Raumplan Versus Plan Libre’ geeft ook inzicht in het architectuuronderwijs, waarbij naast het werken met de computer, het ambachtelijk bouwen van modellen op schaal onontbeerlijk is om de echte beleving van een ruimte zo natuurgetrouw mogelijk te benaderen.

Tekst: Bureau Europa

Villa Shodhan 1951-1956, Ahmedabad, India

“Zijn waardigheid is indrukwekkend en zijn ruwe en edele voorgevel omhult als een kostuum zijn organen.”

Dit zijn mijn eerste indrukken van Villa Shodhan, ontworpen door Le Corbusier.

Via een lange kronkelige weg komt het volume van het gebouw te voorschijn. De villa domineert het gebied en zorgt voor nieuwsgierigheid. Je treft de oprit aan en kijkt naar het gebouw. Door de verdeling van de voorgevel lijkt de villa visueel voor het oog uit drie bouwlagen te bestaan. Dit zijn er echter vijf. De zuiverheid van het kubusvolume gebruikt Le Corbusier om rust uit te stralen. Rechts van dit gebouw tref je een lager volume aan. Hier bevindt zich het parkeergedeelte en ruimtes voor het personeel. de lagere kasten in de Indiase maatschappij, de Dalits, oftewel dienstbode. Mijn westerse blik gaf aanleiding tot het onderzoeken van de maatschappelijke structuren toegepast in India.